Over het vernieuwen van het hoger onderwijs waarbij technologie op een doordachte manier wordt ingezet
dinsdag 10 september 2013
Its all about the learner: Shaping new cultures of learning (ALTC 2013)
Eerste Keynote op de ALTC conferentie 2013 in Nottingham: Rachel Wenston. Vice president UK’s national union of students. Its all about the learner: Shaping new cultures of learning.
Het gaat over de vraag hoe je studenten betrekt bij het – ontwerpen van – het leerproces Dat wil iedereen toch? Geef ze dan ook een stem, maak het democratisch i.p.v. dat het vooraf al helemaal vastligt wat ze doen en hoeveel tijd ze daaraan besteden. Pas wel op voor het consumenten-model: studenten hebben dan wel een grotere stem, maar alleen in termen van wat ze wordt saangeboden, dus dat is geen samenwerking. Kortom: Studenten zijn graag bereid om hun inbreng te veranderen. Maar maak er een conversatie van, een dialoog; ga ze geen feedback geven.
Uit onderzoek weten we dat het een groter vertrouwen in hun competenties oplevert.
woensdag 14 november 2012
Onderwijsdagen 2012 - Jim Stolze - organisator TEDx Amsterdam – Welkom in de aandachtseconomie (keynotespeaker)
Jim Stolze noemt meteen het probleem: er is een acceleratie in de toename van de hoeveelheid informatie: een tsunami. We voelen dat we er iets mee moeten, maar dat lukt niet meer. E-mail tikkertje bijvoorbeeld kost de organisatie veel tijd (en dus geld). Input neemt toe, maar output blijft ongeveer gelijk: een gap. Wat te doen?
Op 30 november 2008 stopte Stolze cold-turkey met internet. En hij schreef er een boek over: Living without the internet. Week 1 ging nog wel, maar week 2 was een ramp. Toch doorgezet en week 3 de lijn opwaarts gevonden: focus op single tasken.
Na die maand had hij 1400 ongelezen mails in zijn inbox. Na analyse bleken er 6 mails tussen te zitten die de moeite waard waren. Eentje ervan was de uitnodiging van TED om over zijn experiment te vertellen. Dit was weer aanleiding tot het schrijven van een boek over hoe je je inbox kunt overleven.
Nu de kern: iedereen, mensen en bedrijven, willen aandacht. Maar het aanbod aan aandacht neemt af. Aandacht is een valuta geworden. Door de informatie tsunami moeten we filteren. Een oplossing: vertrouw meer op algoritmen, vertrouw op experts, etc.
Hoe werkt de aandachtseconomie? Praat met de mensen die het onderwerp kan schelen. Zoek dat uit via internet. Kijk naar het netwerk (van mensen) en maak daar gebruik van.
dinsdag 13 november 2012
Open Educational Resources, door Anka Mulder (keynotespeaker Onderwijsdagen 2012)
Anka Mulder is directeur Onderwijs en studentenzaken en secretaris van de TU Delft. Daarnaast is zij voorzitter van het internationale Open CourseWare Consortium. Dat is een club van 300 instellingen die zich bezig houden met open en online onderwijs. Terzijde: haar powerpointpresentatie heeft een CC-licentie (BY, SA)
Ze stelt de vraag aan de orde waar Nederland blijft op dit onderwerp? Want volgens Mulder gebeurt er weinig.
Maar eerst een kort college. Je hebt open content. Dat zijn alle digitale materialen die we maken en gebruiken: documenten, powerpointpresentaties, filmpjes, etc. Een aspect daarvan is Open educational Resources: de digitale materialen die we specifiek voor educatief gebruik maken. Open Courseware is daarbinnen een verzameling van die materialen die we groeperen in een ‘cursus’.
MIT heeft dat 10 jaar geleden gestart: ze zetten toen al hun – digitale – materiaal online. 5 jaar geleden is het Open courseware consortium gestart met als doel om wereldwijd het onderwijs te verbeteren en toegankelijk te maken. Jazeker, een idealistisch motief.
Een paar gegevens
- De Nederlandse leden zijn Open Universeit, TUDelft en SURF.
- Er dtaan nu ca. 21000 cursussen online. Ca. 4000 daarvan zijn vakken die in een andere taal worden hergebruikt.
- Vooral studenten gebruiken dit materiaal (ca. 40%). Docenten zijn geen grote gebruikers (ca 10%).
- Het wordt gebruikt om kennis en competenties voor het werk te vergroten
Een prangende vraag: waarom wordt het in Nederland weinig gebruikt? Mulder loopt een lijstje ‘argumenten’ langs die worden genoemd: het is moeilijk, het is technisch, het leidt tot onpersoonlijk onderwijs, het is een hype, etc. Mulder zegt hierover dat de wereld verandert en dat ons onderwijs ook moet veranderen. Het draait voglens haar om urgentie: is er een belangwekkende reden om nu in actie te komen? Het antwoord laat zich raden: natuurlijk. Het gaat om de instroom in het HO die gigantisch toeneemt. Op wereldschaal is de toestroom zo groot dat het niet reëel is te denken dat we dat oplossen door het bouwen van nieuwe gebouwen.
Maar let nu op: ook het business model voor HO verandert. Wat bv als onze studenten hun ‘on-line’certificaat van Harvard willen meenemen in onze opleiding> Wat als het bedrijfsleven open en online onderwijs erkent? Zullen onze studenten over 5 jaar nog voor ons onderwijs kiezen?
Het is niet de inhoud (van je lessen) die bepalend is voor je concurrentiepositie. Dat gaat om het docent-student contact.
Mulder wordt enthousiast: er liggen juist in Nederland grote kansen. We zijn toch innovatief hier? We hebben hier goed onderwijs, we hebben een goede ICT-infrastructuur, en we hebben een internationale oriëntatie. Als er ergens kansen zijn voor OER, dan is het hier. De TUdelft is erin gesprongen om redenen van reuputatie, uit idealisem, omdat het de kwaliteit van het bestaande onderwijs vergroot.
Samenvattend: er zijn zeker hindernissen, maar deze zijn overkoombaar. De urgentie is hoog. Er liggen grote kansen!
Hacking your education, Dale Stephens (keynotespeaker Onderwijsdagen 2012)
Dale Stephens is de founder van UnCollege: een sociale beweging die onze blik op onderwijs wil veranderen. Onderwijs communiceert nu een mythe: je hebt het later beter als je nu oplet. Maar scholen leveren dat niet. Daarbij is ons onderwijs is te duur en het bereidt studenten niet goed genoeg voor op een baan. Kortom: het levert te weinig op.
Stephens confronteert ons bijvoorbeeld met het feit dat er in Noord Amerika 5700 cipiers werken met een doctorstitel. Deze zijn als drop-outs te beschouwen. Stephens zelf heeft zijn college-opleiding na 6 maanden verlaten, en is toen UnCollege begonnen: een plek om te leren zonder dat je iets onderwezen wordt: extreem zelfsturend dus. Hij vertelt dat hij en anderen het heel inspirerend vonden om het eigen leerpad en de eigen leeractiviteiten te ontwerpen. De term ‘unschooling’ in dit verband is van John Holt (how children learn). Dat boek is al dertig jaar oud, maar het verschil met nu is de technologische vooruitgang. En daarmee kun je connecten met de wereld om je heen, veel meer dan vroeger. Unschooling is een levenlange commitment om jezelf te ontwikkelen.
Wat blijft hangen is dat de Unschooling voor Stephens goed werkt. Maar Stephens is best wel bijzonder: 20 jaar oud, ondernemer, auteur, spreker. Zijn verhaal is echter wel aanleiding tot enige introspectie: onderwijs is erg gericht op de middenmoters. Stephens stelt terecht: zet de student in de eerste plaats, sluit aan bij hun leerbehoeften, stop met die nivvelerende cohorten, haal de tijdsdruk eraf, laat scholen community centers worden, docenten zijn in de eerste plaats coaches.
En bij dit alles: ICT is een onmisbaar middel om dit te kunnen realiseren.
maandag 5 december 2011
Online Educa Berlin 2011. Keynotes corporate learning
Martin Moehrle, The learning function as a performance improvement business
Deze presentator in de corporate learning stroom, die iets hoogs is geweest in de trainingsdivisie van een bank, betoogt dat er een verandering gaande is in de wereld van corporate learning. Er is aandacht gekomen voor de performance, waar er voorheen vooral gewerkt werd aan het verbeteren van het proces. Het verschil is dat je met aandacht voor het proces terugkijkt, en bij performance ben je gericht op toekomstige prestaties. De focus op process is nog een restant van de industriële revolutie, en de information age waar door de digitalisering alles gestroomlijnd werd. Aandacht voor perfomance betekent dat er ingezet wordt op kennisopbouw, kennismanagement, creativiteit. Daarbij is er meer oog voor het informele leren. Vanuit de organisatie gezien is daar weinig controle op (i.t.t. formal learning). Beide moeten door de organisatie ondersteund worden in de HR-strategie en d.m.v. een HR technology platform. Het ultieme doel: ongoing reflectie op het creëren van een leercultuur. Kortom: een verschuiving van een industriële opvatting over leren, naar kennisgebaseerde werk- EN leerprocessen.
Monika Weber-Fahr, Where the rubber hits the road: building performance cultures for delivery
Ook zij werkt in de finance wereld, corporate learning sector. De point van haar verhaal is dat de manier waarop het ‘leren’ in een organisatie wordt ingericht, een effect heeft op de manier waarop we de business inrichten en uitvoeren. Dat is een belangrijke point die tot nadenken stemt over de manier waarop deskundigheidsprogramma’s in onderwijsinstellingen worden vormgegeven. Ze bouwt haar verhaal op vanuit de businesskant. Dat is wel bijzonder: ze beschrijft de veranderingen die ze daar ziet – globalisering, diversiteit , ict-access, stijgende scholingsniveaus, – en dat dat tot aanpassingen in het ‘leren’ moet leiden.
De moraal: de wereld om ons heen verandert continu. Het leerproces in een organisatie moet met dat gegeven rekening houden. Ze heeft drie cases waaruit blijkt dat dat steeds maatwerk is. Lastig om daar lessen uit te trekken, anders dan dat je goed moet opletten.
Fabrizio Cardinali, How can we get Europe’s Learning industry first to the moon and back in the next decade
Hij begint met het Sputnik effect om te vertellen dat er plotselinge veranderingen kunnen optreden als we dat willen. Je moet wel creativiteit kunnen aanboren, en ambities hebben.
Het kunnen we een dergelijke ‘kennisstorm’ opwekken? Cardinale begint met te vertellen over het book ‘The Medici Effect’. Dat waren bankiers en ondernemers. Ze stopten geld in de sectoren waar ze potentie in zagen. Zo passeren er nog wat boeken & cases waaruit duidelijk wordt dat visionaire mensen (liefst met geld) innovaties stimuleerden.
We gaan naar de conclusie toe. Carinali haalt Darwin aan om duidelijk te maken dat er een paar zaken in een globale competitie zullen overleven. Dat is in elk geval niet een kwestie van de slimste oplossing. De ‘survivor’is de partij die zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Bedrijven moeten samenwerken om van elkaar te leren. Hij pleit voor het samenwerken in Europees gebied, met name op het terrein van leren en kennisontwikkeling, om de Renaissance terug te laten komen.
Deze presentator in de corporate learning stroom, die iets hoogs is geweest in de trainingsdivisie van een bank, betoogt dat er een verandering gaande is in de wereld van corporate learning. Er is aandacht gekomen voor de performance, waar er voorheen vooral gewerkt werd aan het verbeteren van het proces. Het verschil is dat je met aandacht voor het proces terugkijkt, en bij performance ben je gericht op toekomstige prestaties. De focus op process is nog een restant van de industriële revolutie, en de information age waar door de digitalisering alles gestroomlijnd werd. Aandacht voor perfomance betekent dat er ingezet wordt op kennisopbouw, kennismanagement, creativiteit. Daarbij is er meer oog voor het informele leren. Vanuit de organisatie gezien is daar weinig controle op (i.t.t. formal learning). Beide moeten door de organisatie ondersteund worden in de HR-strategie en d.m.v. een HR technology platform. Het ultieme doel: ongoing reflectie op het creëren van een leercultuur. Kortom: een verschuiving van een industriële opvatting over leren, naar kennisgebaseerde werk- EN leerprocessen.
Monika Weber-Fahr, Where the rubber hits the road: building performance cultures for delivery
Ook zij werkt in de finance wereld, corporate learning sector. De point van haar verhaal is dat de manier waarop het ‘leren’ in een organisatie wordt ingericht, een effect heeft op de manier waarop we de business inrichten en uitvoeren. Dat is een belangrijke point die tot nadenken stemt over de manier waarop deskundigheidsprogramma’s in onderwijsinstellingen worden vormgegeven. Ze bouwt haar verhaal op vanuit de businesskant. Dat is wel bijzonder: ze beschrijft de veranderingen die ze daar ziet – globalisering, diversiteit , ict-access, stijgende scholingsniveaus, – en dat dat tot aanpassingen in het ‘leren’ moet leiden.
De moraal: de wereld om ons heen verandert continu. Het leerproces in een organisatie moet met dat gegeven rekening houden. Ze heeft drie cases waaruit blijkt dat dat steeds maatwerk is. Lastig om daar lessen uit te trekken, anders dan dat je goed moet opletten.
Fabrizio Cardinali, How can we get Europe’s Learning industry first to the moon and back in the next decade
Hij begint met het Sputnik effect om te vertellen dat er plotselinge veranderingen kunnen optreden als we dat willen. Je moet wel creativiteit kunnen aanboren, en ambities hebben.
Het kunnen we een dergelijke ‘kennisstorm’ opwekken? Cardinale begint met te vertellen over het book ‘The Medici Effect’. Dat waren bankiers en ondernemers. Ze stopten geld in de sectoren waar ze potentie in zagen. Zo passeren er nog wat boeken & cases waaruit duidelijk wordt dat visionaire mensen (liefst met geld) innovaties stimuleerden.
We gaan naar de conclusie toe. Carinali haalt Darwin aan om duidelijk te maken dat er een paar zaken in een globale competitie zullen overleven. Dat is in elk geval niet een kwestie van de slimste oplossing. De ‘survivor’is de partij die zich snel kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Bedrijven moeten samenwerken om van elkaar te leren. Hij pleit voor het samenwerken in Europees gebied, met name op het terrein van leren en kennisontwikkeling, om de Renaissance terug te laten komen.
Online Educa Berlin 2011. John Bohannon, Journalist, visiting researcher at Harvard University, USA. Titel: Google and wikipedia is making us stupid
De titel doet me denken aan de boodschap van Andrew Keene: dat we voor onze kennisontwikkelng moeten vertrouwen op de experts, niet op de wisdom of the crowd. Hij haalt het Google-effect aan zoals dat op Columbia univeristy is aangetoond. Het idee daarvan is dat je vertrouwt op anderen voor specifieke informatie: ‘oh.. if its a name thing, I always ask my wife’. Je hebt in de tijd leren vertrouwen op bepaalde kennisbronnen. En zo vertrouwen we op bv. Google voor AL onze kennis. Tsja, daar ziet wat in. En dat betekent wat voor het onderwijs. Ik denk nu: ja, verandering.. so what, is dit slecht?
Hij gaat over op Google, Enggram oid: the boogle-book corpus. Google is bezig boeken te digitaliseren: en dat gaat over heeeeel veel boeken. En, breder, door alles te digitaliseren, is alles te herleiden. Maar daarmee kun je ook controle hebben, als je bij de knoppen zit, door bv. bepaalde informatie weglaten. Vroeger noemden we dat propaganda.
We leunen nu op wikipedia. En dat is een heel democratisch systeem: heel anders dat Google dus. Maar ook daar gaan dingen mis. Hij illustreert dat aan het verhaal over het aantal doden dat in de Irak-oorlog vielen per dag. Hij hield dat toen heel nauwgezet bij. Hij had in die oorlog toegang tot databases gekregen met exacte en betrouwbare informatie. En die informatie heeft hij naderhand in een artikel gebruikt. Vervolgens heeft hij in een relevante wikipedia gewezen op het bestaan van zijn artikel met best belangrijke data, dat hij daar en daar had gepubliceerd. Het werd niet opgemerkt! Terwijl dat belangrijke en objectieve informatie betrof die nauw verwant was aan het onderwerp. Inderdaad, tot zover de weging door een democratisch systeem… niet zo valide en betrouwbaar. Het blijft goed opletten dus, en onderstreept het belang van het zelf kunnen beschikken over een solide kennisbasis.
Hij gaat over op Google, Enggram oid: the boogle-book corpus. Google is bezig boeken te digitaliseren: en dat gaat over heeeeel veel boeken. En, breder, door alles te digitaliseren, is alles te herleiden. Maar daarmee kun je ook controle hebben, als je bij de knoppen zit, door bv. bepaalde informatie weglaten. Vroeger noemden we dat propaganda.
We leunen nu op wikipedia. En dat is een heel democratisch systeem: heel anders dat Google dus. Maar ook daar gaan dingen mis. Hij illustreert dat aan het verhaal over het aantal doden dat in de Irak-oorlog vielen per dag. Hij hield dat toen heel nauwgezet bij. Hij had in die oorlog toegang tot databases gekregen met exacte en betrouwbare informatie. En die informatie heeft hij naderhand in een artikel gebruikt. Vervolgens heeft hij in een relevante wikipedia gewezen op het bestaan van zijn artikel met best belangrijke data, dat hij daar en daar had gepubliceerd. Het werd niet opgemerkt! Terwijl dat belangrijke en objectieve informatie betrof die nauw verwant was aan het onderwerp. Inderdaad, tot zover de weging door een democratisch systeem… niet zo valide en betrouwbaar. Het blijft goed opletten dus, en onderstreept het belang van het zelf kunnen beschikken over een solide kennisbasis.
Keynote Online Educa Berlin 2011. Peter Nowak, Technology Commentator, formerly of CBC and National Post, and author of ‘Sex, Bombs & Burgers’
Nowak vertelt dat de drie wat minder positieve behoeften van de mens grote industrieën hebben voortgebracht. En die hebben op hun beurt ons veel innovatie gebracht. Dus de donkere kans van ons mens-zijn heeft ons ook grote vooruitgang gebracht.
Hij zoomt in deze presentatie in op de food industrie. Is de combinatie van voedsel en technologie slecht? Nou nee, als we alleen op de natuur hadden vertrouwt, dan hadden we in deze eeuw niet alle mensen kunnen voeden. Hij vertelt over landen als Mexico en India die door het gebruik van technologie en kustmest hun eigen mensen hebben kunnen voeden en een gezonde economische groei hebben kunnen realiseren. Hij gaat zelfs de stelling aan dat armoede en ondervoeding op wereldwijde schaal van het dalen is. Als deze lijnen doorgetrokken worden, dan zijn deze zaken bij het einde van deze eeuw uit de wereld.
Wat heeft dat met onderwijs te maken? Onder meer dat de toegang tot school en onderwijs toeneemt. Hij illustreert dit aan de hand van cijfers in India die volgend de grafiek de laatste decennia enorm zijn toegenomen. In de ontwikkelingslanden leidt dit nu al tot een tekort aan docenten. Ah, en daar kan technology een bijdrage leveren. Tussendoor maakt hij een punt door te stellen dat het schoolse onderwijs lastig is omdat de relevantie van het geleerde niet altijd (lees: weinig) duidelijk is. En dat terwijl leren in ons DNA zit. Hier verwijst hij naar het hole-in-the-wall project van Sugata Mitra waarin kinderen uit zichzelf leren onder maar één voorwaarde: toegang tot technologie.
Dus technologie kan het leren stimuleren, kan het leren eenvoudiger maken. En alweer: old-school attitudes moeten daarvoor veranderen. Nowak stelt daarbij ook: stimuleer het ondernemerschap van leerlingen. Het is de meest belangrijke skill om innovatie te kunnen realiseren. En zo is de cirkel rond.
Hij zoomt in deze presentatie in op de food industrie. Is de combinatie van voedsel en technologie slecht? Nou nee, als we alleen op de natuur hadden vertrouwt, dan hadden we in deze eeuw niet alle mensen kunnen voeden. Hij vertelt over landen als Mexico en India die door het gebruik van technologie en kustmest hun eigen mensen hebben kunnen voeden en een gezonde economische groei hebben kunnen realiseren. Hij gaat zelfs de stelling aan dat armoede en ondervoeding op wereldwijde schaal van het dalen is. Als deze lijnen doorgetrokken worden, dan zijn deze zaken bij het einde van deze eeuw uit de wereld.
Wat heeft dat met onderwijs te maken? Onder meer dat de toegang tot school en onderwijs toeneemt. Hij illustreert dit aan de hand van cijfers in India die volgend de grafiek de laatste decennia enorm zijn toegenomen. In de ontwikkelingslanden leidt dit nu al tot een tekort aan docenten. Ah, en daar kan technology een bijdrage leveren. Tussendoor maakt hij een punt door te stellen dat het schoolse onderwijs lastig is omdat de relevantie van het geleerde niet altijd (lees: weinig) duidelijk is. En dat terwijl leren in ons DNA zit. Hier verwijst hij naar het hole-in-the-wall project van Sugata Mitra waarin kinderen uit zichzelf leren onder maar één voorwaarde: toegang tot technologie.
Dus technologie kan het leren stimuleren, kan het leren eenvoudiger maken. En alweer: old-school attitudes moeten daarvoor veranderen. Nowak stelt daarbij ook: stimuleer het ondernemerschap van leerlingen. Het is de meest belangrijke skill om innovatie te kunnen realiseren. En zo is de cirkel rond.
Abonneren op:
Posts (Atom)